Original youtube description:

Leespreek Romeinen 10 : 4 𝐖𝐚𝐧𝐭 𝐡𝐞𝐭 𝐞𝐢𝐧𝐝𝐞 𝐝𝐞𝐫 𝐰𝐞𝐭 𝐢𝐬 𝐂𝐡𝐫𝐢𝐬𝐭𝐮𝐬, 𝐭𝐨𝐭 𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭𝐯𝐚𝐚𝐫𝐝𝐢𝐠𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐞𝐞𝐧 𝐢𝐞𝐠𝐞𝐥𝐢𝐣𝐤, 𝐝𝐢𝐞 𝐠𝐞𝐥𝐨𝐨𝐟𝐭. 𝑷𝒔𝒂𝒍𝒎 𝟕𝟑 𝒗𝒆𝒓𝒔 𝟏 zingen met pa. 𝑱𝒂 𝒘𝒂𝒂𝒓𝒍𝒊𝒋𝒌, 𝑮𝒐𝒅 𝒊𝒔 𝑰𝒔𝒓𝒆𝒍 𝒈𝒐𝒆𝒅, 𝑽𝒐𝒐𝒓 𝒉𝒆𝒏, 𝒅𝒊𝒆 𝒓𝒆𝒊𝒏 𝒛𝒊𝒋𝒏 𝒗𝒂𝒏 𝒈𝒆𝒎𝒐𝒆𝒅; 𝑯𝒐𝒆 𝒅𝒐𝒏𝒌𝒆𝒓 𝒐𝒐𝒊𝒕 𝑮𝒐𝒅𝒔 𝒘𝒆𝒈 𝒎𝒐𝒐𝒈’ 𝒘𝒆𝒛𝒆𝒏, 𝑯𝒊𝒋 𝒛𝒊𝒆𝒕 𝒊𝒏 𝒈𝒖𝒏𝒔𝒕 𝒐𝒑 𝒅𝒊𝒆 𝑯𝒆𝒎 𝒗𝒓𝒆𝒛𝒆𝒏. 𝑴𝒂𝒂𝒓 𝒂𝒄𝒉, 𝒉𝒐𝒆𝒘𝒆𝒍 𝒎𝒊𝒋𝒏 𝒛𝒊𝒆𝒍 𝒅𝒊𝒕 𝒘𝒆𝒆𝒕, 𝑴𝒊𝒋𝒏 𝒗𝒐𝒆𝒕𝒆𝒏 𝒘𝒂𝒓𝒆𝒏 𝒊𝒏 𝒎𝒊𝒋𝒏 𝒍𝒆𝒆𝒅 𝑺𝒄𝒉𝒊𝒆𝒓 𝒖𝒊𝒕𝒈𝒆𝒘𝒆𝒌𝒆𝒏, 𝒆𝒏 𝒎𝒊𝒋𝒏 𝒕𝒓𝒆𝒆̂𝒏 𝑽𝒂𝒏 '𝒕 𝒔𝒑𝒐𝒐𝒓 𝒅𝒆𝒓 𝒈𝒐𝒅𝒔𝒗𝒓𝒖𝒄𝒉𝒕 𝒂𝒇𝒈𝒆𝒈𝒍𝒆𝒆̂𝒏.

𝟔 𝑫𝒂𝒏 𝒑𝒆𝒊𝒏𝒔𝒕 𝒅𝒆 𝒛𝒊𝒆𝒍: 𝒊𝒔 ‘𝒕 𝒘𝒂𝒂𝒓, 𝒛𝒐𝒖 𝑮𝒐𝒅 𝑶𝒐𝒌 𝒘𝒆𝒕𝒆𝒏 𝒗𝒂𝒏 𝒎𝒊𝒋𝒏 𝒅𝒓𝒐𝒆𝒗𝒊𝒈 𝒍𝒐𝒕.ᐣ 𝒁𝒐𝒖 𝒅’ 𝑨𝒍𝒍𝒆𝒓𝒉𝒐𝒐𝒈𝒔𝒕𝒆 𝒗𝒂𝒏 𝒎𝒊𝒋𝒏 𝒌𝒍𝒂𝒈𝒆𝒏 𝑬𝒏 𝒃𝒊𝒕𝒕’𝒓𝒆 𝒓𝒂𝒎𝒑𝒆𝒏 𝒌𝒆𝒏𝒏𝒊𝒔 𝒅𝒓𝒂𝒈𝒆𝒏.ᐣ 𝒁𝒊𝒆, 𝒅𝒆𝒛𝒆𝒏, 𝒉𝒐𝒆 𝒈𝒐𝒅𝒅’𝒍𝒐𝒐𝒔 𝒆𝒏 𝒘𝒓𝒆𝒆𝒅, 𝒁𝒊𝒋𝒏 𝒆𝒗𝒆𝒏𝒘𝒆𝒍 𝒃𝒆𝒗𝒓𝒊𝒋𝒅 𝒗𝒂𝒏 𝒍𝒆𝒆𝒅; 𝑫𝒆 𝒓𝒖𝒔𝒕 𝒗𝒐𝒍𝒈𝒕 𝒉𝒆𝒏 𝒐𝒑 𝒂𝒍 𝒉𝒖𝒏 𝒑𝒂𝒂̂𝒏, 𝑬𝒏 𝒉𝒖𝒏 𝒗𝒆𝒓𝒎𝒐𝒈𝒆𝒏 𝒈𝒓𝒐𝒆𝒊𝒕 𝒔𝒕𝒆𝒆𝒅𝒔 𝒂𝒂𝒏.

Psalm 95 vers 1 Komt, laat ons samen Isrels HEERE. Den rotssteen van ons heil, met eer, Met Godgewijden zang ontmoeten; Laat ons Zijn gunstrijk aangezicht, Met een verheven lofgedicht En blijde psalmen, juichend groeten.

vers 2 De HEERE is groot, een heerlijk God, Een Koning, die het zaligst lot, Ver boven alle goôn, kan schenken. Het diepst van ‘s aardrijks ingewand, Het hoogst gebergt’ is in Zijn hand; 't Is al gehoorzaam op Zijn wenken.

vers 4 Want Hij is onze God, en wij Zijn 't volk van Zijne heerschappij, De schapen, die Zijn hand wil weiden; Zo gij Zijn stem dan heden hoort, Gelooft Zijn heil- en troostrijk woord; Verhardt u niet, maar laat u leiden.

Leespreek Romeinen 10 : 4 Zingen psalm 73 : 1 en 6 Psalm 95 : 1,2 en 4 Psalm 116 : 6 Psalm 27 : 7, 3 en 5

1 Broeders, de toegenegenheid mijns harten, en het gebed, dat ik tot God voor Israël doe, is tot hun zaligheid. 2 Want ik geef hun getuigenis, dat zij een ijver tot God hebben, maar niet met verstand. 3 Want alzo zij de rechtvaardigheid Gods niet kennen, en hun eigen gerechtigheid zoeken op te richten, zo zijn zij der rechtvaardigheid Gods niet onderworpen. 4 Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk, die gelooft. 5 Want Mozes beschrijft de rechtvaardigheid, die uit de wet is, zeggende: De mens, die deze dingen doet, zal door dezelve leven. 6 Maar de rechtvaardigheid, die uit het geloof is, spreekt aldus: Zeg niet in uw hart: Wie zal in den hemel opklimmen? Hetzelve is Christus van boven afbrengen. 7 Of, wie zal in den afgrond nederdalen? Hetzelve is Christus uit de doden opbrengen. 8 Maar wat zegt zij? Nabij u is het Woord, in uw mond en in uw hart. Dit is het Woord des geloofs, hetwelk wij prediken. 9 Namelijk, indien gij met uw mond zult belijden den Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden. 10 Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter zaligheid. 11 Want de Schrift zegt: Een iegelijk, die in Hem gelooft, die zal niet beschaamd worden. 12 Want er is geen onderscheid, noch van Jood noch van Griek; want eenzelfde is Heere van allen, rijk zijnde over allen, die Hem aanroepen. 13 Want een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden. 14 Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in Welken zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Welken zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt? 15 En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden? Gelijk geschreven is: Hoe liefelijk zijn de voeten dergenen, die vrede verkondigen, dergenen, die het goede verkondigen! 16 Doch zij zijn niet allen het Evangelie gehoorzaam geweest; want Jesaja zegt: Heere, wie heeft onze prediking geloofd? 17 Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods, 18 Maar ik zeg: Hebben zij het niet gehoord? Ja toch, hun geluid is over de gehele aarde uitgegaan, en hun woorden tot de einden der wereld. 19 Maar ik zeg: Heeft Israël het niet verstaan? Mozes zegt eerst: Ik zal ulieden tot jaloersheid verwekken door degenen, die geen volk zijn; door een onverstandig volk zal ik u tot toorn verwekken. 20 En Jesaja verstout zich, en zegt: Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten; Ik ben openbaar geworden dengenen, die naar Mij niet vraagden. 21 Maar tegen Israël zegt Hij: Den gehelen dag heb Ik Mijn handen uitgestrekt tot een ongehoorzaam en tegensprekend volk.

De predikatie was van wijlen ds W. Roos.