Original youtube description:
Jacob begint met de opdracht aan Johannes om de tempel te meten. Wat hem opvalt is de werkwoordsvorm die daarvoor wordt gebruikt: de Aoristus. Hij legt uit dat dit Griekse woord is samengesteld uit “a” en “oristos”, waarvan ons woord horizon is afgeleid. De horizon is het punt waar je niet verder kunt kijken. Maar de “a” ervoor betekent “zonder”. Dus: Aoristus betekent zonder horizon, zonder einde, onbegrensd. Wat in die werkwoordsvorm staat, was toen actueel voor Johannes, maar is nog steeds actueel voor ons vandaag. God is dezelfde: gisteren, heden en voor altijd. In vers 1 staan drie werkwoorden in de Aoristus. Dat geeft gewicht aan de opdracht: dit is niet zomaar een historische mededeling, maar een eeuwig geldig woord van God. De meetlat die Johannes ontvangt lijkt op een staf en geeft daarmee autoriteit. Wat hij moet meten zijn drie dingen: de tempel van God, het altaar en hen die daarin aanbidden. De tempel is niet een stenen gebouw, maar de gemeente, de kinderen van God. Paulus schrijft immers in 1 Korinthe dat wij de tempel van de Heilige Geest zijn. Het gaat hier om ware aanbidders in de aanwezigheid van God, mensen die Hem vrezen en dienen. De buitenste voorhof, de goddelozen en haters, moet buiten worden gelaten. Letterlijk staat er in het Grieks: uitgeworpen, zoals demonen worden uitgeworpen.
Dan verschijnen de twee getuigen. Jacob wijst erop dat het woordje “macht” in de HSV schuingedrukt staat en dus niet in de oorspronkelijke tekst voorkomt. Hij wil de nadruk leggen op de belofte zelf: “Ik zal mijn twee getuigen geven.” Dat is een belofte van God. En een belofte van God is al werkelijkheid. Die moet alleen nog door de tijd worden ingehaald. Over de identiteit van de twee getuigen zijn er meerdere opvattingen. Sommigen denken aan symboliek voor de wet en de profeten. Anderen denken aan historische figuren zoals Elia en Mozes, en dat heeft grond: het niet regenen verwijst naar Elia, het water dat in bloed verandert en de plagen verwijzen naar Mozes. Jacob laat de vraag open, maar ziet sterke overeenkomsten. De getuigen staan in Jeruzalem, de stad waar ook de Heere Jezus werd gekruisigd. Ze zijn gekleed in rouwkleding en profeteren 1260 dagen, dat is 42 maanden, drie en een half jaar. Ze zijn als twee olijfbomen en twee kandelaars, wat verwijst naar Zacharia 4 en het werk van de Heilige Geest. Ze spreken door de Heilige Geest, verspreiden licht en zijn gericht op bekering. Ze beschikken over geduchte macht: vuur uit hun mond, de hemel sluiten, water in bloed veranderen, plagen over de aarde brengen. Toch gebruiken ze die macht niet willekeurig, maar zoals Mozes en Elia dat deden: steeds als teken van Gods geduld en oproep tot bekering.
Na 3,5 jaar, wanneer hun getuigenis volbracht is, komt het beest uit de afgrond. Voor het eerst in Openbaring treedt dit beest op het toneel. Het is demonisch en uit op vernietiging. Het overwint de twee getuigen en doodt hen. Hun lijken liggen op de straat van Jeruzalem, dat in geestelijke zin Sodom en Egypte wordt genoemd, twee steden die symbool staan voor de diepste morele verblinding en verharding. Jeruzalem, de stad die Hosanna riep en daarna schreeuwde “kruisig Hem”, is zo verhard geraakt dat ze deze namen verdient. De reactie van de wereld is feest. Mensen uit alle volken, stammen, talen en natiën zien de lijken liggen en weigeren hen te begraven. Ze geven elkaar geschenken, want eindelijk zwijgen de twee stemmen die hen kwelden met de waarheid. Maar dan, na drie en een halve dag, in vers 11 en 12, gebruikt de tekst zeven maal de Aoristus. Een levensgeest uit God, niet zomaar een levensgeest maar uit God, komt in hen. Jacob verbindt dit met de schepping van Adam, met Ezegiël 37 waar beenderen levend worden en met de opstanding van de Heere Jezus. De vijanden kijken verbijsterd toe hoe de twee getuigen opstaan, op hun voeten gaan staan en een luide stem horen: “Kom hier omhoog.” Ze worden opgenomen in de hemel, in een wolk, terwijl hun vijanden toekijken, net zoals de apostelen de hemelvaart van Jezus zagen op de Olijfberg.
Op datzelfde uur volgt een grote aardbeving. Een tiende deel van de stad stort in en 7000 met name bekende personen komen om. De overigen worden zeer bevreesd en geven eer aan de God van de hemel. Er zijn mensen tot bekering gekomen. Dat is voor Jacob het diepe punt: door al deze oordelen heen blijft God zoeken naar bekering. God heeft geen lust in de dood van de zondaar. Zolang er nog sprake is van een begrensde tijd, is er ruimte voor bekering. Pas voor de grote witte troon sluit die deur.
De Aoristus. God is onbegrensd. Wat Hij toen deed, doet Hij nog steeds. Zijn trouw geldt voor al Zijn getuigen op aarde, die net als de twee getuigen profeteren, vervolgd worden en uiteindelijk worden opgehaald. Hij bidt dat de gemeente dichtbij het Woord zal leven, want daaruit spraken de profeten. En hij spreekt rust en vertrouwen uit over de gemeente, geworteld in het lijden, sterven, opstaan en hemelvaart van de Heere Jezus Christus.
- Uploader: Rafaël Middelburg
- Uploader url: https://www.youtube.com/@rafael-middelburg
- Channel url: https://www.youtube.com/channel/UCpUcy0AVJ6noGBnTRafvb3Q


