Original youtube description:
Aan het begin van het jaar wordt de priesterlijke zegen uit Numeri 6 uitgesproken, met bijzondere aandacht voor het “aangezicht” van God. Twee keer wordt genoemd dat de HEERE Zijn aangezicht over ons doet lichten en verheft. Dit wordt uitgelegd als Gods vriendelijke, liefdevolle blik. In Christus Jezus kan God ons zo aankijken; buiten Hem zou dat aangezicht voor ons grimmig zijn. Dit is de diepe zegen die de gemeente aan het begin van het jaar wordt toegewenst: leven onder Gods genadige blik.
God is aanwezig in Zijn huis, met Zijn Heilige Geest, Die getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn. De gemeenschap der heiligen wordt beleefd als een “poort van de hemel” en een “huis van God”.
Daarna richt de preek zich op Handelingen 15, een cruciaal hoofdstuk voor de gemeente van alle tijden, omdat het gaat over de vraag hoe mensen uit de volkeren (de heidenen) zalig worden. Vier hoofdpersonen spelen een rol: Paulus, Barnabas, Petrus en Jakobus. De focus ligt op de laatste toespraak van Petrus tijdens de vergadering in Jeruzalem.
De aanleiding is het conflict over de besnijdenis en het onderhouden van de wet van Mozes. Sommigen leren dat deze noodzakelijk zijn voor zaligheid. Dit leidt tot woordenstrijd. Petrus herinnert eraan dat God hem heeft uitgekozen om het evangelie aan de heidenen te brengen, zoals bij Cornelius. God, de Kenner van de harten, heeft hun getuigenis gegeven door hun de Heilige Geest te schenken, op dezelfde manier als aan de Joden. God maakte geen enkel onderscheid en reinigde zowel hun hart als het onze door het geloof.
Petrus waarschuwt tegen het opleggen van een juk dat zelfs Israël nooit heeft kunnen dragen. De kern van het conflict wordt benoemd als “genade plus”: genade aangevuld met menselijke voorwaarden, traditie of interpretatie. Dat gevaar bestaat nog steeds, ook vandaag. Leiders en leraren worden opgeroepen leerling te blijven, nederig te blijven, en hun uitleg niet te verheffen tot onfeilbare waarheid.
Bekering wordt beschreven als een proces van ontkleding: status, traditie, eigen gelijk en religieuze zekerheden vallen weg, totdat alleen genade overblijft. Dat is ook de weg die Petrus, Paulus en Jakobus zijn gegaan. Wat blijdschap geeft, is genade; wat twist veroorzaakt, is het toevoegen van menselijke lasten.
God is de Kenner van het hart. Dat is zowel confronterend als troostvol. Vanuit 1 Johannes 3:20 wordt benadrukt dat wanneer ons hart ons veroordeelt, God groter is dan ons hart. Hij ziet het werk dat Hij Zelf in ons heeft gelegd, ook als wij dat niet meer zien. De aanklager mag ons niet bepalen; Gods werk in ons is beslissend.
Petrus’ vrijmoedigheid komt voort uit herstel, vergeving en de doop in de Heilige Geest. De doop in de Geest wordt benadrukt als onlosmakelijk verbonden met bekering en waterdoop, zoals Petrus zelf verkondigde. Deze drie horen bij elkaar en mogen niet van elkaar gescheiden worden. De doop in de Heilige Geest is Gods zegel, Zijn bevestiging dat het werk echt is.
De Heilige Geest reinigt het hart van binnenuit, overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel, en brengt geloof voort. Niet uiterlijke godsdienst, maar de besnijdenis van het hart is beslissend. Abraham werd gerechtvaardigd door geloof, niet door de wet.
Petrus sluit af met de kernzin: wij worden door de genade van de Heere Jezus Christus zalig, op dezelfde manier als zij. Daarmee wordt genade de enige standaard voor iedereen. Er is geen “plusgeloof”, maar één geloof voor Jood en heiden.
De preek eindigt met de bevestiging dat de Heilige Geest met onze geest getuigt dat wij kinderen van God zijn, en met een zegen over de gemeente: de liefde van de Vader, de vrede van Christus en de gemeenschap van de Heilige Geest.
- Uploader: Rafaël Middelburg
- Uploader url: https://www.youtube.com/@rafael-middelburg
- Channel url: https://www.youtube.com/channel/UCpUcy0AVJ6noGBnTRafvb3Q


